Zoek X

Search

Mijn zoektocht naar een woning in Amsterdam

Een dichtgevroren waterleiding, midden in de nacht de kou in om te plassen en elke ochtend een gedoe om de stad in te komen. Het klinkt niet ideaal, toch genoot ik ontzettend van de tijd die ik op de camper doorbracht. Oké, de eerste weken waren inderdaad onwennig, maar het daagt tegelijkertijd uit om creatieve oplossingen te zoeken, en dat brengt leuke bevindingen teweeg.

Toen ik net in Amsterdam kwam wonen mocht ik tijdelijk intrekken bij Hebe en haar kat Henk op de Stadhouderskade. Ze woonde op de tweede verdieping van het huis van haar Oma. De verdieping was opgedeeld in twee ruime kamers, een klein keukentje met balkonnetje en badkamertje waar je net je kont kon keren. Haar oma woonde met behulp van dagelijkse thuiszorg op de begane grond. Hebe was een lief en eigenzinnig meisje. Ze studeerde kunstrestauratie, las veel en kon met enthousiasme over veel onderwerpen praten. Ik voelde me op m’n gemak bij haar en de eerste weken die ik daar woonde waren heerlijk. We trokken veel met elkaar op, luisterde muziek, keken samen een serie, kookten zo nu en dan voor elkaar, hadden soms sex, bekladderde het reclame billboard die ons uitzicht verziekte, schilderde het hele huis over en kochten zelfs samen een bootje om de grachten af te peddelen.

Hebe stond het niet toe dat ik huur zou betalen, in plaats daarvan deed ik regelmatig boodschappen. De afspraak was dat ik bij haar zou wonen tot ik iets voor mezelf gevonden zou hebben, ik had een kamer op het oog maar toen dat op zich liet wachten hoopte ik stiekem dat ik de tweede kamer op de Stadhouderskade voor wat langere duur zou mogen huren. Ik kwam er echter snel achter dat het ingewikkeld lag. Haar familiesituatie was zacht gezegd koud. Het was dat de oma van Hebe het toestond dat ze in dat huis verbleef want een hoge gun factor kon ze van de rest van haar familie niet verwachten. Een aantal keer is een van haar ooms op een agressieve manier binnen komen vallen en Hebe kreeg een volle lading verwijten over zich heen waaronder over mijn aanwezigheid. Ik voelde me ongemakkelijk, en Hebe duidelijk ook. De sfeer die daarvoor altijd zo huiselijk en gezellig was verbitterde. Hebe leek ook minder goed in haar vel te zitten, en had moeite haar draai te vinden in de stad. Steeds vaker betrapte ik mezelf erop dat ik het huis uitvluchten. Ik was opzoek naar een plek voor mezelf maar dat kwam niet aanwaaien, steeds moest ik Hebe vragen of ik nog wat langer kon blijven. Ze was een schat en weest die vraag nooit af, maar ik voelde dat het tijd werd voor een nieuw hoofdstuk. Ik moest snel een alternatief vinden, ik besprak de situatie thuis, mijn vader stelde voor de camper aan de rand van de stad te zetten zodat ik daarin tijdelijk zou kunnen wonen tot ik iets beters zou vinden. Ik zag de charme er wel van in, overlegde het met Hebe en ging opzoek naar een plek waar ik de camper neer zou kunnen zetten.

Het vinden van een plek om de monsterlijk grote camper kwijt te kunnen in de stad was moeilijker dan ik dacht. Na twee weken op een camping in zeeburg gestaan te hebben had ik nog steeds niks permanenters gevonden. Mijn zoektocht begon in Noord. Ik belde aan bij huizen met een grote tuin en deed een poging om iemand gecharmeerd genoeg te krijgen om mij en de oldtimer een plek in de tuin toe te wijzen. Soms werd de deur dichtgeslagen, soms vond er een amuserend gesprek plaats, maar ik boekte weinig succes. Nadat ik het geprobeerd had bij een haventerrein belde ik aan bij een grote moderne woonboot met een aardig stukje land ervoor waar de camper makkelijk in een hoekje zou passen. Toen ik de houten stijger betrad begon er een hond te blaffen en deed een vrouw van middelbare leeftijd die een veel te grote zonnebril droeg de schuifdeur op een kiertje open zodat de hond niet naar buiten zou rennen. Op een achterdochtige toon vroeg ze wat ik moest. Nadat ik m’n verhaal had gedaan, barste er een betoog loog over dat het absoluut niet mocht van de gemeente, ik boetes zou riskeren en keek ze me aan alsof ik gestoord was. Ik liep betreurd weg en de moed zakte in m’n schoenen. Misschien is Amsterdam te vol voor een camper dacht ik.

Ik belde mijn vrienden af in de hoop dat ze een suggestie zouden doen die me een stapje verder zou helpen een plek te vinden. Toen ik het het verhaal vertelde aan Talitha kwam ik via haar in contact met iemand van een stadstuin in West. Ik maakte een afspraak en vertrok op mijn vouwfietsje naar de tuin, het was veel verder fietsen dan ik gedacht had en het koste me ruim een uur vanuit de Pijp. Het was zover de stad uit dat ik begon te twijfelen of ik wel het juiste adres had, hoewel het er nog Amsterdam hete, fietste ik door weilanden. Toen ik uiteindelijk de modderige oprijlaan opliep naar een container die temidden van een aantal netjes aangeharkte tuintjes stond, dacht ik niet dat dit de plek zou zijn waar ik vrijwillig zou neerstrijken. Het had zeker ook zijn charme: loslopende kippen, kleine moestuintjes, een caravan, en wat containers die dienstdeden als opslag, maar tegelijkertijd was het een zooitje in een drassig weiland ver van de stad. Het was al bijna in Halfweg, en om me heen kon ik niks anders ontdekken dan wijland, bomen en schuren.

Ik liep de container binnen waar ik Robin ontmoette, de baas van dit onbebouwde stukje Amsterdam. Op een camping gaspitje bakte hij een bananen pannenkoek en schonk een kop koffie voor me in uit een grote thermoskan. Het was een tenger mannetje met glinsterende oogjes die hevig begonnen op te gloeien toen ik een foto van de camper liet zien. Ik vertelde over de reizen die we ermee gemaakt hadden en over mijn lange zoektocht naar een plek om er nu in te kunnen wonen. Voor het eerst hoefde ik niet mijn best te doen iemand te overtuigen van mijn wens. Hij begreep het, zonder vragen of twijfels zei hij toe dat de camper en ik welkom waren. In de winter was er toch weinig activiteit op het terrein en iemand die een beetje een oogje in het zeil kon houden was niet ongewenst. Zijn reactie verbaasde me, m’n mond viel open en ik wist even niet helemaal hoe te antwoorden. Ik had nog niet eens een rondleiding gehad en er werd al toegezegd. Ik realiseerde me dat ik eigelijk de moed voor dit alternatieve woonplan al opgegeven, en dat het nu toch leek te gaan lukken.

Een week later reed ik samen met mijn vader de camper naar de stadstuin. Ik kon Robin nadat we deze afspraak gemaakt hadden niet meer bereiken dus hoopte dat het hek niet op slot zou zitten. Eenmaal aangekomen stond er op de plek waar de camper zou komen te staan een grote aanhanger die tot de nok vol beladen was met balen hooi. Met de trekhaak van de camper trokken we de aanhanger van zijn plaats en parkeerde de camper. Ik begon met het bouwen van een terrasje om de camper door er wat pallets heen te slepen toen een man in de 50 van Marokkaanse afkomst op me af kwam lopen en zich voorstelde als Appie. Appie had ook een tuintje en een hutje op het land en zorgde inruil daarvoor voor veel onderhoud klusjes. Hij hielp me direct met het verplaatsen van wat pallets om een geïmproviseerd terrasje om de camper heen te bouwen. Van zijn afkomst was niks meer te merken zodra hij zijn mond open deed. Appie was een ras Amsterdammer, ongefilterd in zijn uitlatingen maar met het hart op de juiste plaats.

Het nieuwe hoofdstuk was begonnen, de camper stond op zijn plek, de dieseltank voor de verwarming, een stroomkabel vanuit de container, een tuinslang waarmee ik de watertank kon vullen en een geïmproviseerd terrasje van pallets leek het lijken alof de camper er al jaren zo stond. Ik sleepte een verroest vuurkorfje tussen een stapel oud ijzer vandaan en maakte een vuurtje. Ik was tevreden met mijn sigeunerplek.

Elke dag stond ik voor dag en dauw op, want de fietstocht naar het Joke Smit koste me een klein uur. Gelukkig had ik nog een racefietsje die Hebe voor me had opgeknapt. Ik ging naar school, werk en fietste veel door de voor mij nog altijd nieuwe stad. Ik maakte het niet graag laat doordat ik nog een flink stuk terug moest fietsen, maar eenmaal terug op de camper aangekomen na een hectische dag genoot ik van de rust, maakte ik een kampvuur, zette ik de muziek hard aan en sliep ik soms in de daktent om naar de sterren te kijken. Na een paar keer flinke wind tegen te hebben gehad op de fiets, en naarmate de winter haar toetreden deed ging ik me steeds meer geïsoleerd en beperkt in mijn mogelijkheden te voelen door de afstand die de camper van de binnenstad verwijderd was.

In een opwelling kocht ik een goedkope canta op marktplaats, dat zou de afstand wat makkelijker overbrugbaar maken en je mag er zonder rijbewijs in rijden. Ik haalde het afzichtelijke knalgele ding op in Baarn en reed het naar Amsterdam. Hij hield het goed maar ik vond het verschrikkelijk rijden in zo’n kleine cabine waarmee je een spoor van uitlaatgassen achterliet terwijl je door de stad heen dendert met veel kabaal. Ik heb hem een aantal keer gebruikt tot er een moer los vloog en ik toch maar weer de fiets verkoos. Een stomme miskoop.

Op een dag voelde ik me niet helemaal lekker en besloot ik in plaas van terug te fietsen een Abel te boeken (taxi dienst via een app). Na een kwartiertje in een warme taxi gezeten te hebben was ik al bij de camper. De rit koste me €8 en ik begon te rekenen hoevaak ik gemiddeld op en neer fietste per maand en kwam tot de conclusie dat ik gemiddeld €280 kwijt zou zijn per maand aan taxi’s als ik niet meer zou fietsen en enkel taxi’s neem. Ik bedacht me dat de gemiddelde student €600 huur betaald in Amsterdam voor een klein kamertje en ik nu een vrijstaand huisje woon met een chauffeur die me ’s ochtends ophaalt en op elk gewenst moment weer terug kan brengen. Ineens voelde ik me niet meer geïsoleerd maar de koning te rijk. Ik kon ineens genieten van de rust van het afgelegen wonen zonder daarvoor mobiliteit in te leveren. Niet meer door weer en wind fietsen met een volle tas boodschappen, maar gewoon drie tassen boodschappen halen, een taxi bestellen die je voor de deur van je camper dropt. De Abel dienst was nieuw, vandaar de stuntprijzen. Soms duurde het even voordat er een taxi beschikbaar was gezien er slechts tientallen chauffeurs rondreden, hierdoor kwam het wel vaak voor dat ik dezelfde chauffeurs had. Ik had vaak leuke gesprekjes.

Door de taxi’s vond ik het ineens leuk om mensen uit te nodigen, ik nam er dates mee naar toe, kookte vaak met vrienden en gaf er feestjes waarvoor ik volgeladen taxi’s met vrienden liet overkomen.

Robin (de stadstuin baas) kwam ook regelmatig langs, we kookten samen en hadden lange gesprekken. Hij was ontzettend ambitieus maar het leven zat hem tegen. Omdat zijn relatie met zijn vriendin niet altijd vlekkeloos verliep sliep hij ook zo nu en dan op een campertje een stuk verderop het terrein. Op een dag kwam hij verslagen de camper binnenlopen, stak een jointje op en plofte op de bestuurdersstoel neer. Zijn auto was weggesleept en moest een borgsom van €1000 ophoesten, dat had hij op het moment niet. Inmiddels was onze band een beginnende vriendschap, regelmatig hielden we elkaar op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen in elkaars leven en konden we nachten lang filosoferen. Ik hield van zijn energie, in zijn wereld was alles mogelijk, het deed me pijn dat die houding niet overal zo ontvangen werd. Ik kon de duizend euro op dat moment missen, we maakte een contractje en ik leende hem de duit om zijn boete te kunnen betalen.

Het is eind januari en het heeft een paar dagen gevroren, er ligt sneeuw, de verwarming draaid op volle toeren en mijn watervoorraad ik bevroren. Ik kan niet meer afwassen en douchen. Na twee dagen stinkend door Amsterdam gelopen te hebben stelt een vriendin voor dat ik haar douche zo nu en dan wel mag gebruiken. Ze geeft me haar sleutel en boek meestal de taxi in de ochtend direct naar haar, loop naar een bakker en haal ontbijt waarna ik daar onder de douch spring. Er gaat een maand voorbij en bijna iedere ochtend begon ik de dag bij haar. Een vriendschap was geboren vanwege mijn gebrek aan een douche.

Op een avond had ik een date meegenomen na samen wat gedronken te hebben meegenomen naar de camper. Het sfeertje op dit soort avonden in de camper was knus. De stoelen voorin gedraaid naar binnen waarin je lekker kon hangen. We dronken wat wijn, hadden jazz muziek opstaan en fantaseerde over een warm land terwijl het buiten regende. We zaten op skyscanner te zoeken naar goedkope tickets en vonden een ticket voor €50 retour naar Rome voor het volgende weekend. Had een glas teveel rode wijn op en boekte direct. Uiteindelijk bleek het haar toch niet uit te komen dus vertrok ik alleen. Nam het haar niet kwalijk want door haar had ik me gerealiseerd dat ik de rest van het geld dat ik aan huur uitspaarde makkelijk een weekend in de maand kon ontsnappen aan de Nederlandse winter. De maanden daarop reisde ik naar Schotland, Hong Kong en Venetië en twee keer een weekend naar London.

De lente brak aan, ik was gaan houden van het leven op de camper. In een paar maanden was er een levensstijl gegroeid die me ontzettend beviel van een situatie waarin ik eerst voornamelijk problemen ondervond. Met Robin ging het slechter, hij had last van een burn-out en zocht zijn toevlucht in Costa Rica nadat zijn relatie tot een einde kwam. Robin droeg zijn zaak over aan iemand anders en de stadstuin ontvroor langzaam. Steeds meer mensen kwamen langs voor hun tuintje naarmate de zon warmer werd. Juist nu ik net zo begon te genieten van deze plek voelde ik dat het tijd voor me was het achter me te laten. Via mijn oom kwam er een optie open voor een woonboot in het centrum, een nieuwe zoektocht naar geluk lag weer op de loer.

Tags:

0 Comments

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *